Artikelen

Artikelen

Geestrijk Blog

In dit blog vind je aanverwante artikelen over het transpersoonlijke leven en de daarmee gepaard gaande levensstijl en -visie. Actuele zaken als stressbeheersing, religieus leven en bewustwording

Oude Kinderen

Tussen droom en werkelijkheidPosted by geestrijk.nl 31 May, 2009 17:54:51

Nadat ik uitgestapt ben bij de bushalte om van chauffeur te wisselen neem ik even de tijd een rondje te lopen voordat de bus weer vertrekt. We zijn in een grote stad welke ik niet met name wil noemen. Nadat ik terugkom om op dezelfde bus te stappen die mij naar huis zal vervoeren, mijn dagtaak zit erop, zie ik dat er een aantal mensen, vooral jongeren bij de voorste deuren staan. Er steekt een stalen pijp door het raam, de kaartjesautomaat is vernield en de raambescherming van de chauffeur ligt aan diggelen. Ik sta perplex van zoveel geweld. Mijn collega vat het niet al te ernstig op. “dat maak ik regelmatig mee” zegt hij en kruipt achter zijn stuur om te gaan vertrekken. Er zijn een aantal jonge kinderen tussen de 6 en 12, 14 jaar die onder begeleiding mee moeten in de bus. De begeleider is een lange smalle man, met een donker huidstype maar niet helemaal, tussen de 20 en 30 jaar. Ik heb de indruk dat 1 van zijn ouders een witte huidskleur moet hebben. Niet dat het belangrijk is, maar ik constateer gewoon. De jongeren zijn zeer druk en lopen te roepen en te schreeuwen. Mijn collega trekt het zich allemaal niet aan en de groep met kinderen loopt naar achter. Ik loop hen achterna, om toch te proberen of ik de hand erin kan houden mocht er iets misgaan. En dat gaat het helemaal…..

Er zit een klein negerjongetje op de wielbak, waar de andere kaartjesautomaat staat. Hij heeft een tak in zijn hand die hij van buiten heeft meegenomen en slaat overal tegenaan. Ook tegen mij. Ik zeg hem daarmee op te houden en ook de begeleider zegt hem te stoppen daarmee. Het jongetje is een jaar of zes en luistert in het geheel niet. Ik zeg hem dan maar de stok aan mij te geven maar hij houdt hem stevig vast. De begeleider haalt zijn schouders op en kijkt vervolgens weer met een wezenloze blik naar buiten door het raam. Ik zeg tegen de kleine dat hij de tak aan mij moet geven maar hij houdt hem stevig vast en kijkt met een woeste blik naar mij. Ik kijk recht in zijn gezicht en zie dat zijn gezicht veel ouder is dan bij zijn leeftijd past.

Het is doorlopen van diepe groeven, zoals je wel eens foto’s ziet van een oude indiaan die zijn leven in de open natuur heeft doorgebracht, keer op keer verbrand door de zon en zijn huid opgedroogd als perkament. Maar dit is maar een jong kind! Het verbaast mij: zo jong en toch al zo oud. Ik heb echter geen tijd om hier over na te denken want het kereltje is zeer agressief en het kost mij moeite om de tak van hem af te pakken. Uiteindelijk neem ik die gewoon en hij krijgt hem niet meer terug.

Vervolgens staat een ander jongetje op die blijkbaar de broer is van de kleine. Hij ziet er hetzelfde uit, maar een stukje groter. Ook hij heeft een uitgesleten gezicht, maar zal een jaar of tien zijn. Met rode bloeddoorlopen ogen kijkt hij me aan. Vol woede en haat. Hij zegt mij de tak aan zijn broertje terug te geven. Ik weiger dat natuurlijk en de jongen pakt mij beet, er ontstaat een worsteling. Ik kan hem met moeite van me afhouden, zo klein maar zo heftig!

Dan zegt hij dat als ik de stok niet teruggeef hij mij zal steken met zijn mes. Ik voel een punt half door mijn overhemd een beetje in mijn buik prikken. Niet meer dan een zakmesje waar hij indruk mee wil maken. Ik schrik natuurlijk maar geef niet toe. Ik weet dat ik sterker ben en de overhand zal krijgen, maar op dat moment drukt hij met volle kracht het mes diep in mijn buik….. ik weet nog dat ik hem op hetzelfde moment hard van me wegduw en dan wordt alles zwart…..

Ik word wakker in mijn bed en overdenk de hele situatie. De kleine kinderen die ondanks hun leeftijd zoveel agressie en geweld in zich dragen, wat hun eigenlijk niet kwalijk te nemen is. Het is niet hun schuld dat er misbruik van ze gemaakt wordt, dat ze mishandeld worden, dat ze als het ware opgroeien voor galg en rad. De begeleider is zelfs machteloos en je mag toch verwachten dat die een opleiding heeft gehad om vooral ontspoorde kinderen goed te kunnen helpen en te laten integreren in onze maatschappij. Ook hij was een kind van de rekening en is opgegroeid in angst en pijn voor wat de wereld nog meer zal brengen. Om te voorkomen dat hij het onderspit zou delven heeft hij er voor gekozen het op te nemen voor zijn kleine lotgenoten. Maar ook hij is niet in staat die kinderen te bereiken. Ze hebben reeds zoveel leed meegemaakt, dat hun geest is verwrongen. Zo klein al. En dat zie je aan hun ogen en gezicht. Zo klein al zijn ze niet meer in staat zich aan te passen aan het ‘normale ‘ leven in de maatschappij. Gaat niet meer. Hopeloos verpest.

Het leert me inzien en ik hoop ook anderen die, als ze om hun heen kijken, het zich opvallen waar een kind is in nood. Een kind dat wat voor ras, geloof, cultuur of afkomst, emotionele hulp nodig heeft. Liefde. Geef hen het gevoel en de zekerheid dat ze er mogen zijn. Dat ze zich mogen ontplooien. Fantaseren in vrijheid over wat ze willen worden. Beschermd worden. Opgroeien in vrede en veiligheid.

Wie is uiteindelijk de misdadiger of de moordenaar? Het kind? Kijk eens naar zijn of haar gezicht. Kijk in de ogen. Het is het kind van de rekening. Geweld is van volwassenen, het kind kopieert alleen maar doordat het zich moet verdedigen. Kinderen hoeven zich niet te verdedigen, integendeel, elk kind moet beschermd worden en opgroeien in veiligheid. Opvoeden als kind, niet als volwassene. Om dat te realiseren zal de volwassene van tegenwoordig eigenlijk opgevoed moeten worden om zijn of haar kinderen te kunnen opvoeden. In liefde en veiligheid, leren vertrouwen op het goede. Ook wij volwassenen zijn immers kind geweest. Wat was het dat je mist?

  • Comments(0)//artikelen.geestrijk.nl/#post2

De Priesteres

Tussen droom en werkelijkheidPosted by geestrijk.nl 31 May, 2009 17:46:52
Tussen de oude gevels op het marktplein schuifelt Esmée mee met de andere mensen die in de vroege namiddag de uitgestalde koopwaar bekijken en betasten. Geroep om haar heen. De mensen, in de traditionele klederdracht van die tijd, de middeleeuwse broekrokken en wollen kledij, veel grijs en grauw, maar ook de herfstkleuren en hier en daar een fleurig geel, rood en blauw, zien er vaal, ongewassen en ongeschoren uit. Het volk, dat over het algemeen weinig geld heeft, beweegt zich tussen de mensenmassa, ooglustig op wat op een bijkomstige blijde toevalligheid berust. Neen, dan het vermaak! Wat doet afleiden van de honger en dorst en de drang naar het alcoholische verlustigen van geest en spiritualiteit. De domper op de pijn en het ongenoegen, het tenietdoen van de drang zich te ontheffen van het wereldlijke. Maar ook de edele mensen vermaken zich met het volk en het plezierige van het gebodene. Gewoon maar om te doen, de verveling te ontwijken en zich te verdiepen in blijheid door het leed van de mindere te bewonderen. De boeren en knechten, de marktkooplui aan de andere kant, hun koopwaren aanprijzend roepende en met lokkende stem de aandacht van vooral de edele en andere gelddragenden te trekken. Met het oogmerk zich aan het eind van de dag in vreugde terug te trekken in hun stee, het geld tellende onder het genot van een goede wijn of –in de meeste gevallen- een grote kroes bier. Dan kan de markt eens overgeslagen worden, een volgende keer. Maar de meesten onder hen zijn gebonden aan de ruilhandel, lopen stad en land af om een koopwaar aan de man te brengen zonder eraan te verdienen. De meesten
zullen moeten overleven en dat is ook wel aan te zien.

Paarden, koeien, varkens, kippen, dierengeblaat en mensengeroezemoes en geschreeuw alom haar heen. Zorgvuldig haar mantel schikkend, zodat haar geldbuidel niet te zien is, schuift Esmée enigszins met de massa mee, terloops haar blik te laten vallen op de uitgestalde waren. Zoals altijd weer, weinig van haar gading. De groenten en het fruit kunnen haar belangstelling niet wekken, eerder de stalletjes met de oude in inkt geschreven boeken welke in het geheim verhandeld worden. In deze tijd is het niet slim om openlijk je interesse te tonen voor de magische geschriften en de oude mystieke waarheden. Haar wijze geest kent de diepgaande spiritualiteit die tegen de gedwongen leer van de kerk ingaat.

De liefde voor de natuur die ze van kinds af aan in haar bezit heeft, haar geleerd de machten van de natuur en de hemel te respecteren. Dan is zij begiftigd met de gaven van de hemel. Gaven die de kerk niet durft te erkennen omdat zij uitstijgen boven hetgeen zichtbaar is en moet blijven. Voorzichtigheid is dus geboden, moeilijk vaak.Her en daar laat ze haar vingers strelend gaan over de glooiingen van houtsnijwerk en het geweven riet van manden en matten. Hoe kunstig de gedreven handarbeid van de werkers van de ateliers.

Geroep trekt haar aandacht. Een groep mensen staan om iets heen. Zij roepen en juichen en maken wilde gebaren. Dichterbij komende ziet Esmée dat in het midden van de joelende mensenmassa een vrouw staat. Zij wordt door een norse, gemeen ogende man aan haar haren vastgehouden. Haar gezicht vol angst en betraand van het huilen.

“Wie biedt er meer!!?” roept hij terwijl hij haar ruw aan d’r haren
omhoogtrekt en weer neerduwt. Zitten mag zij echter niet. “Wie biedt er voor
deze slavin?” roept hij weer…. Maar elk bod gedaan uit de menigte wordt
afgewezen. Er wordt geroepen en gespot. Een enkel niet serieus bod wordt lachend van de hand gedaan. Esmée kent de vrouw vaag en ze begrijpt niet waarom ze daar staat. Ze begrijpt uit het geroep van de mensen dat ze iets verkeerd gedaan heeft en ze zal een wrede dood moeten sterven. Steniging! Verbranding! Ophanging! De menigte raakt daar nog niet over eens.

Een gevoel van walging bekruipt haar doordat mensen zo kunnen genieten van zulke wreedheid. Ze genieten ervan!!! Haar gevoel van liefde en rechtvaardigheid, haar boosheid om de beestachtigheid van de mensen, brengt haar tot een spontane daad. Ze draagt onder haar jurk een tamelijk grote buidel met goudstukken er in bij zich, en roept dat ze 15 goudstukken voor haar biedt! Plots valt alles stil en alle blikken zijn nu op Esmée gericht. De man in het midden gebaart haar naar het midden te komen en er gaat een pad van mensen voor haar open.

Langzaam loopt zij naar het midden. De man vraagt haar waarom ze zoveel voor de vrouw overheeft. Ze zegt:”ik kan niet tegen deze afschuwelijke wreedheid!” De man begint bespottelijk te lachen en ook de menigte begint onmiddellijk
te roepen en te lachen. De man gebaart hen te stoppen, wat ze dan ook doen. Hij
komt heel dicht bij Esmée staan en zegt: ” als je die goudstukken niet bij je
hebt , wacht jou dezelfde doodstraf als haar!!” en wijst naar de angstige
vrouw. Esmée haalt haar buidel met goudstukken te voorschijn, maar in plaats
dat hij het accepteert en hen laat gaan lijkt hij kwaad te zijn. Kwaad omdat hij
zijn wreedheid niet kan voortzetten.

De mensenmassa is ondertussen gegroeid en de mensen beginnen “LEEUW!! LEEUW!!” te roepen. Vervolgens worden zowel Esmée als de vrouw vastgepakt door een aantal mannen en hardhandig meegenomen. De menigte achter
hun aan stromend worden ze gebracht naar een grote zaal waarin zich een kooi
bevindt met een kwaadaardige leeuw.

De man kijkt om zich heen er zich van overtuigend dat hij de aandacht heeft van de mensen menigte. Met luide stem zegt hij: “als je hand door hem afgebeten wordt is het een teken dat je slecht bent, of fout gehandeld hebt!!”

De angstige vrouw moet eerst. Ze huilt en smeekt maar ze kan zich niet verweren. Esmée draait haar gezicht weg, ze wil niet zien wat er gebeurt. De vrouw wordt gedwongen haar hand in het luikje te steken en ze wordt stevig vastgehouden. Esmée hoort de leeuw met een woest gebrul naar haar uithalen. Als ze haar ogen open doet ziet ze dat ze inderdaad gebeten is maar het is niet heel ernstig.

Teleurgesteld gejoel uit de menigte. De vrouw wordt weggehaald en dan word het luikje geopend voor Esmée. Ook zij probeert zich te verzetten, maar de mannen zijn veel sterker en haar hand wordt in het luik geduwd. Ze sluit haar ogen en bereidt zich voor op het ergste. Ze hoort het diepe gegrom van de leeuw, wat lijkt alsof het uit een diepe holle put komt. Maar dan… voelt ze zijn manen… Ze opent
haar ogen en ziet de leeuw tegen tegen haar hand aanstrijken net zoals een kat
kopjes geeft. Ze kroelt met haar vingers door zijn manen. De wrede man werd
buitenzinnig van kwaadheid en beveelt de andere mannen de leeuw op te jutten.

Ze steken en slaan de leeuw met stokken door de tralies, maar de leeuw kruipt in de verste hoek en haalt uit naar te stokken en de mannen. Ze lijken woest van
teleurstelling te zijn. Teleurgesteld. Omdat er geen bloed vloeit….

Plotseling wordt het stil en een welvarend uitziende man stapt de ruimte binnen. Hij draagt een mantel en zijn ogen stralen een zeker gezag uit. Iedereen schijnt respect voor hem te hebben en de menigte wacht af wat er gezegd gaat worden. Esmée staat naast de kooi en kijkt de man in zijn ogen aan. Met een fijne glimlach op zijn gezicht zegt hij op luide toon:” gezien het gedrag van de leeuw ben jij
gevrijwaard van alle kwaad en bederfenis!! Hier is recht geschied!” Vervolgens
wendt hij zich tot de menigte en zegt:” deze vrouw heeft geen kwaad in zich!
Hier kunnen jullie van leren!” Dan wendt hij zich weer tot Esmée en vraagt:” zeg mij, wijze vrouw! Welke gunst mag ik u geven?”

Esmée vraagt hem de leeuw en de vrouw vrij te laten en haar goud terug te geven. Zij vraagt te stoppen met deze wreedheden die zich steeds weer herhalen. De mensen lijken niet te leren en vervallen telkens in hun zelfde wrede en naar genot hunkerende egoïstische patroon. Ook vraagt zij of er meer gevangenen vrijgelaten mogen worden….

De man knikt langzaam en kijkt diep nadenkend. Dan haalt hij kaarten te voorschijn. Het zijn speelkaarten, maar lijken belangrijker. Een soort Tarot. Hij houdt ze met de vlakke hand voor Esmée en vraagt haar er één uit te kiezen.
Het is de kaart 27.

Hij zegt “jij krijgt van mij nog een gunst, omdat wat ik vandaag gezien heb
heel bijzonder is”. Esmée begrijpt hem niet. Dan zegt hij :”het getal 27
kun je bij elkaar optellen wat het getal 9 geeft. Je mag het ook splitsen in 2
en 7. Je mag daar een veelvoud van maken, je mag ze delen, een andere verhouding kiezen. Als de basis maar de 27 blijft. Het aantal waar jij op uit komt is het aantal gevangenen dat je mag vrijlaten.

Na een snel innerlijk beraad kiest Esmée de getallen van de wijsheid en het mededogen, geleid door het natuurlijke gevoel van liefde en rechtvaardigheid dat zij bezit.

Door uitsplitsing, scheiding, vermenigvuldiging, abstraheren en opnieuw te
verbinden komt ze op het getal 65. Ze zegt: “ik kom op dit getal, waarvan ik
33 vrouwen en 32 mannen wil vrijlaten….”

De man treedt met een korte buiging terug en geeft met een knik van zijn hoofd de wachters opdracht haar te begeleiden in de vrijlating van de gevangen. In de gevangenis aangekomen haalt zij eerst alle vrouwen die kinderen hebben er uit, zonder te vragen waarom ze daar zitten. Kinderen hebben tenslotte altijd hun moeder nodig en kunnen zonder hun moeder niet liefdevol en vredig in
veiligheid opgroeien.

Bij de mannen kiest zij de dieven, de smokkelaars en de veedieven eruit. De
kleine misdaden, die niet tot in eeuwigheid gestraft hoeven te worden. Ieder
mens moet opnieuw de kans krijgen zijn verkeerde daden goed te maken.

Maar ook de moordenaars, verkrachters en geweldenaars klampen zich aan haar vast. Hun ogen zijn woest, wraakzuchtig, donker en leeg. Slechts één man ging op zijn knieën voor haar liggen en smeekte haar om vergeving voor zijn daden. Want ook hij had geweld, verkrachting en moord gepleegd. Er is iets met hem, dat hem anders maakt dan de anderen. Zijn ogen betuigen zijn waarachtige spijt. Zijn
schuldbekentenis.. Esmée ziet in zijn ogen, de spiegels van de ziel, dat de man
werkelijke wroeging heeft! Hij heeft spijt van zijn daden en verwacht eigenlijk
niet meer dan daarvoor te boeten. Maar nu heeft hij de kans zich te herstellen
en de verschrikkelijke daden die hij heeft gepleegd, weer goed te maken. Esmée
ziet dat en haar sensitiviteit laat haar gewaarworden dat de man het werkelijk
meent. Dus ook hem verkiest zij vrij te laten…..

Het getal 65 is voltooid. Wanneer zij door de gevangenisgang terug loopt naar buiten, wordt ze uitgejoeld door de andere gevangenen omdat zij hem wel vrijlaat. Hij is toch immers ook een moordenaar? De andere moordenaars en verkrachters zien niet dat de man werkelijke spijt heeft, voor hen is hij hetzelfde. Ook de mensenmassa buiten is niet in staat deze verschillen te zien. Handen grijpen naar Esmée, links en rechts.

Wanneer zij eindelijk buiten is, staan zowel vrouw waar alles om begon én de vrijgelaten spijteling haar op te wachten. De vrouw bedankt haar als eerst en zegt:”ik heb wel verkeerd gehandeld en niet op de juiste manier geleefd. Ik zie dat nu ook in. Maar deze wrede straf zou ik niet verdiend hebben…”

De spijteling bedankt haar ook. Hij is heel ontroerd en in zijn ogen kan zij zien dat hij oprecht spijt heeft van wat hij heeft gedaan. Emotioneel kust hij haar op het
voorhoofd en verdwijnt in de mensenmassa. Esmée glimlacht en ziet voor haar
geestesoog de man veel goede dingen doen. Ter rechtvaardiging van de wereld en de liefde voor de natuur en de hemel. Ze draait zich om en keert met rustige
passen terug naar waar ze vandaan komt…..

Yazi



  • Comments(0)//artikelen.geestrijk.nl/#post1